De kokospalm

Reuzenboom in de tropen!

De kokosboom is eigenlijk een soort palmboom, maar is niet te verwarren met de palmboom waar de palm olie vandaan komt. Het is één van de belangrijkste bomen in de tropen. Dit komt ook door de kolossale grootte van de boom. De stam van een kokosboom kan wel 25 meter hoog worden ! De bomen groeien het beste dicht bij zee, in lager gelegen gebieden. Daar hebben ze voldoende grond- en regenwater.

Een kokospalm krijgt voor het eerst vruchten als deze vijf of zes jaar oud is. Maar pas na vijftien jaar zitten er echt veel kokosnoten aan de boom. Een volwassen boom kan wel 50 tot 100 noten per jaar afwerpen. Een kokospalm kan wel 50 jaar oud worden !

Oorspronkelijk groeide de kokospalm in Zuidoost Azië. In landen als India, Thailand, Maleisië, Sri Lanka en Indonesië. Maar tegenwoordig kan je deze boom in veel meer gebieden tegenkomen.

De kokospalm ontstaat namelijk uit het ontkiemen van een kokosnoot. De noten kunnen gemakkelijk drijven en hebben via de stroming van oceanen en zeeën verschillende andere gebieden in de tropen kunnen bereiken. De bomen groeien daarom nu ook in het Caraïbisch gebied en in delen van Afrika en Zuid-Amerika.

De kokosnoot

Geen noot maar een vrucht!

De kokosnoot is de vrucht die aan de kokospalm groeit. De noot bestaat uit twee delen. Aan de buitenkant zit een harde stevige bruine schil die de noot beschermd. Het binnenste gedeelte bestaat uit wit vruchtvlees en een klein beetje kokosmelk dat drinkbaar is. Deze melk wordt ook wel klappermelk genoemd.

Een volwassen kokosnoot heeft een lengte van 30 tot 45 centimeter. De doorsnede is ongeveer 20 centimeter. De kokosnoot is daarmee een grote vrucht in vergelijking tot bijvoorbeeld appels, bananen en peren. Maar er zijn ook grotere vruchten als bijvoorbeeld de watermeloen.

In de tropen gingen mensen vroeger de jungle in om kokosnoten te rapen en te plukken. Maar er worden nu steeds minder noten écht uit de wilde tropen gehaald. De meeste kokosnoten worden nu gekweekt op plantages. Dit is een soort van akker in de tropen. Je kan dus eigenlijk zeggen dat er in tropische gebieden kokosboeren bestaan.

De boeren kunnen de kokosnoten op drie manieren oogsten. Ze kunnen wachten tot de noten uit de boom vallen, in de boom klimmen en de noten afsnijden of de noten vanaf de grond afsnijden met een mes aan een lange bamboestok. Het oogsten met een lange bamboestok gaat het snelst. Zo kunnen wel 250 bomen per dag geoogst worden.

De kokosplantage

Alles wordt verwerkt!

Als de noten zijn geplukt, worden ze op de plantage open gehakt en in de zon gelegd. Zo kan het vruchtvlees drogen, waarna het uit de schil wordt gehaald. Het vruchtvlees heet kopra. Ook de kokosmelk en de kokosschil worden verwerkt. De kokosmelk wordt gedronken en van de schil wordt touw gemaakt. Daar worden bijvoorbeeld kokosmatten van gevlochten.

Voor het maken van kokosbrood is het vruchtvlees belangrijk. Het gedroogde vruchtvlees wordt op de plantage gemalen tot kleine kokosvezeltjes. Deze vezeltjes worden bij elkaar geperst tot balen van 25 of soms wel 50 kilogram !

Ze worden in zakken per schip naar Nederland vervoerd en daarna in de haven van Rotterdam opgeslagen in een grote loods. De overtocht per schip duurt vaak wel vier weken ! Want de meeste kokosplantages zijn te vinden in landen als Indonesië en de Filippijnen. Maar ook in Brazilië leven veel kokosboeren.

De weg naar de kokosbroodfabriek

Waar jouw broodbeleg met veel zorg wordt bereid!

Vanuit Rotterdam worden de balen vervoerd naar onze fabriek in Harderwijk. Hier wordt het kokosbrood gemaakt. Een echt Nederlands product ! Het verhaal gaat dat zeevaarders het lang geleden hebben meegenomen uit Indonesië. In Nederland vonden de mensen het zo lekker, dat fabrieken besloten kokosbrood te gaan maken.

Het kokosbrood werd toen aan kruideniers geleverd. Zij sneden in de winkel plakjes broodbeleg af van een groot kokosbrood. Daarom heet het product ook kokosbrood. Toen de supermarkten kwamen, werden de plakken al snel in de fabriek gesneden en verpakt.

Kokosbrood wordt naast kokos gemaakt van ingrediënten als tarwezetmeel, druivensuiker en glucose-fructosestroop. De fabriek lijkt daarom veel op een grote bakkerij.